begrippenlijst - P


A| B| C| D| E| F| G| H| I| J| K| L| M| N| O| P| Q| R| S| T| U| V| W| X| Y| Z

Pandrecht Wanneer u een (levens- of opstal-) verzekering afsluit en het recht op uitkering over gaat naar de geldverstrekker/verzekeraar.
 

Paraplufonds Beleggingsfonds dat in verschillende waarden belegt.
 

Partnerpensioen Benaming voor een vorm van nabestaandenpensioen ten behoeve van de ongehuwde partner met wie een ongehuwde deelnemer aan een pensioenregeling een gezamenlijke huishouding voert. In veel pensioenreglementen is het weduwe- en weduwnaarspensioen onder de algemene term partnerpensioen gebracht.
 

Passeerdatum Datum waarop een akte passeert bij de notaris.
 

Passeren Het ondertekenen van de hypotheek- en of transportakte bij de notaris (ook bij overlijden).
 

Pensioen Verzamelnaam voor periodieke uitkeringen (meestal maandelijks), die het vroegere salaris vervangen in geval van ouderdom, overlijden of arbeidsongeschiktheid. Gemeenschappelijk kenmerk is dat de uitbetaling van het pensioen in elk geval eindigt zodra de rechthebbende is overleden en dat de opbouw ervan plaatsvindt in verband met het verrichten van arbeid. Het begrip īpensioenī dient te worden gereserveerd voor situaties waarin sprake is van periodieke uitkeringen als bovenbedoeld die voortvloeien uit de verhouding werkgever/werknemer. Periodieke uitkeringen bij ouderdom, overlijden of arbeidsongeschiktheid, die hun oorsprong vinden in de sociale zekerheidswetgeving en in de privťsfeer getroffen voorzieningen, vallen niet onder het pensioenbegrip. De opbouw van pensioenaanspraken vloeit voort uit arbeidsvoorwaarden. Het is een vorm van beloning. Dit kenmerk onderscheidt pensioen duidelijk van lijfrenten en sociale zekerheidsuitkeringen.
 

Pensioenaanspraak Uw recht op een bepaalde pensioenuitkering bruto per jaar vanaf een bepaalde leeftijd, meestal uw 65ste.
 

Pensioenbreuk De breuk in de pensioenopbouw die kan ontstaan als gevolg van het uittreden uit een pensioenregeling voor pensioeningangsdatum. Deze breuk kan bestaan uit: -Een carriŤrebreuk. Bijvoorbeeld: een persoon wisselt op 45 jarige leeftijd van baan en heeft in de pensioenregeling van zijn nieuwe werkgever, als gevolg van een salarisstijging, een hogere pensioengrondsslag. -Pensioenverlies als gevolg van inflatie, indien ingegane pensioenen en premievrije aanspraken op pensioen niet worden aangepast, vermindert de koopkracht hiervan. In de meeste pensioenregelingen komt een aanpassingsmechanisme voor, meestal een indexatieregeling, die een pensioenverlies door inflatie moet voorkomen. In artikel 8 van de pensioen- en spaarfondsenwet zijn bepalingen opgenomen, die er voor zorgen dat bij het verlenen van toeslagen de groepen gepensioneerden onderling en de slapers gelijk worden behandeld. -Lagere aanspraken door ontslag. In het verleden kwam het voor dat bij ontslag slechts de op dat moment gefinancierde aanspraken als premievrije aanspraak werden toegekend. De gefinancierde aanspraken konden lager zijn dan de aanspraken die evenredig aan het aantal deelnemersjaren waren opgebouwd, doordat een inhaalkoopsomsysteem of inhaalpremiesysteem van toepassing was. Op 1 augustus 1987 is de wetgeving op dit punt veranderd, waardoor bij ontslag na deze datum evenredige rechten moeten worden verleend. De hier bedoelde vorm van pensioenbreuk zal dus geleidelijk gaan verdwijnen.
 

Pensioendatum De datum waarop uw pensioenuitvoerder start met uw levenslange uitkeringen aan ouderdomspensioen. Deze datum valt doorgaans samen met uw 65ste verjaardag.
 

Pensioengat Een tekort aan inkomen na uw pensionering om uw wensen te kunnen financieren. Een andere veelgebruikte term voor pensioengat is pensioentekort.
 

Pensioengrondslag Dat gedeelte van uw salaris waarover u pensioen opbouwt. De pensioengrondslag is uw salaris min de franchise.
 

Pensioenleeftijd Uw leeftijd waarop uw pensioenuitvoerder start met uw levenslange uitkeringen aan ouderdomspensioen. Vaak is dat uw 65ste.
 

Pensioenoverzicht Een (jaarlijks) overzicht van uw pensioenfonds, waarop staat aangegeven hoeveel pensioen u heeft opgebouwd en hoeveel pensioen u vanaf uw 65ste krijgt uitgekeerd.
 

Pensioenuitvoerder De instantie waarbij voor u een pensioen wordt opgebouwd. Uw werkgever stort rechtstreeks van uw brutosalaris pensioenpremies bij deze pensioenuitvoerder (pensioenfonds of pensioenverzekeraar).
 

Pensioenverevening Verdeling van het tijdens het huwelijk opgebouwde ouderdomspensioen in geval van scheiding, zoals bedoeld inde WET verevening pensioenrechten bij scheiding.
 

Perceel Een stuk grond inclusief alle bebouwing zoals geregistreerd bij het Kadaster.
 

Plafondrente Zie bandbreedterente.
 

Polisbelening Een lening die als onderpand een verzekeringspolis met waarde heeft.
 

Premiedepot Een aan de hypotheek verpande geblokkeerde renterekening bedoelt om (een deel van) de premies te betalen van de eveneens aan de hypotheek verpande levensverzekering.
 

Premiestorting(en) Een bij gemengde verzekeringen gebruikelijke aanduiding voor de betaling van een of meer extra premies boven de normaal reeds verschuldigde.
 

Premievrij maken Op verzoek en in overleg met de maatschappij kan de premiebetaling van een levensverzekering worden stopgezet terwijl de waarde behouden blijft en de verzekering blijft doorlopen. Vaak gebeurt dit bij een hoge poliswaarde en genoeg aantal jaren betaalde premie (volgens de Belastingwetgeving 2001).
 

Prepensioen Een tijdelijke pensioenuitkering vanaf de datum dat u bent gestopt met werken of minder bent gaan werken tot aan uw pensioenleeftijd, doorgaans uw 65ste.
 

Private banking Vermogensbeheer door banken voor welgestelde particulieren.
 

Productrendement Het rendement op jaarbasis dat op de bruto betaalde inleg is behaald op basis van de gehanteerde voorbeeldrendementen.
 

Projecthypotheek Bij nieuwbouwprojecten bieden geldverstrekkers soms een hypotheek aan tegen een lager rente of lagere afsluitkosten dan normaal. De lagere rente vervalt meestal bij renteherziening.
 

Projectrente Rente die bij bepaalde nieuwbouwprojecten wordt aangeboden door geldverstrekkers (vaak onder bepaalde voorwaarden). Rente vervalt meestal bij renteherziening.
 

Pro resto hoofdsom De nog openstaande (hypothecaire) schuld na aftrek van alle (administratieve) aflossingen en kosten.
 

Pseudo-nabestaande Begrip dat in de ANW wordt gehanteerd voor de gewezen echtgeno(o)t(e) van een overleden ANW-verzekerde ten opzichte van wie de overledene een alimentatieplicht had. Onder bepaalde voorwaarden heeft de pseudo-nabestaande ook recht op een ANW-uitkering.

 



Maak een keuze

Home  |  Introductie  |  Uw maximale krediet  |  Aanvragen offerte  |  Informatie aanvragen  |  Kredietvormen  |  Begrippenlijst  |  Dienstenwijzer ZKC  |  Prospectussen  |  Disclaimer  |  Privacy  |  Contact


Producten van ZKC Crediet BV

nujerijbewijshalen.nl  |  dureleningomzetten.nl  |  geldleningaanvragen.nl  |  digifinanciering.nl


 

© Design 2006 by Follow Me